Schrijfles

Om in begrijpelijke taal een boze brief te kunnen schrijven, naar de belastingdienst bijvoorbeeld, of om bij die irritante buren in de brievenbus te stoppen, die pertinent weigeren om een boom te kappen, waarvan de wortels de begonia's en tulpen in je tuintje bedreigen, zal men toch over enige taalvaardigheid moeten beschikken. Je kan natuurlijk ook de rijdende rechter bellen, dan hoef je niet te schrijven. 

Ook wij kregen vroeger les in het onder de knie krijgen van ons dierbare Nederlands. Dat begon uiteraard in de eerste klas van het lager onderwijs. Dat ging  ongeveer zo:

'Kijk, jongens en meisjes (Dat mocht vroeger nog),' zei juffrouw Van Wijngaarden, wijzend op een houten plankje met illustraties uit 1935, 'Dit is nu een leesplankje, en het is de bedoeling dat jullie straks de letters uit het doosje opzoeken, welke onder de tekeningen moeten komen, en leg ze daar neer. Kijk naar de letters onder de tekeningen.' Nu had zij makkelijk praten, want sommige letters waren blijkbaar door eerdere gebruikers kwijtgemaakt, of meegenomen naar huis om de juf in het weekend alle twintig leesplankjes vol te laten leggen,  om ze allemaal compleet te krijgen. Dat was pas lachen.

Eén van mijn klasgenootjes vroeg nog of er op de opengelaten plaatsen 'lege' letters en ook de 'streepjesletters' moesten worden neergelegd. Maar dat hoefde niet. 

De eerste keer dat we leesplankjesles kregen liep het uit op een chaos, omdat er een levendige ruilhandel was ontstaan tussen kinderen die de 'p' en de 'a' in hun arsenaal misten, maar wel beschikten over de 'ui' en 'uu'. Een soort letterkwartetten.

Na het in het hoofd stampen van het "aap noot mies" en het doorlopen van de tweede klas, werd het tijd om netjes te leren schrijven. Met netjes bedoelde men in die tijd aan elkaar, met de letteraansluitingen op de juiste plaats. Dat viel nog niet mee.

Op een donkere dag stond er plotseling een vreemde knaap in de klas, een stagiair, die nog studeerde en ons als proefkonijnen wilde gebruiken, en zodoende zijn waarde voor het onderwijs te bewijzen. Tijdens mijn bezigheid om op ruitjespapier een groot aantal keer de letter 'F' neer te pennen met zo'n prachtige ouderwetse kroontjespen, kwam hij naast me zitten, op een veel te klein stoeltje. Ik zag de bui al hangen. Op dat moment was de inkt van de pen op, en moest ik het opnieuw in de inktpot dopen, terwijl de laatste 'F' half af was, en ik weer met de verse inkt over de die letter ging schrijven, maar dat mocht niet van van die knul. Het was niet netjes genoeg naar zijn zin.

Hij pakte mijn schrijfhand beet en zei betuttelend: 'Zó moet het!' Hij probeerde met mijn hulp een perfecte 'F' te schrijven terwijl ik nogal recalcitrant tegenwerkte. Het resultaat was een soort Chinees vraagteken. Met een vals lachje op mijn gezicht hoopte ik dat hij door het kinderstoeltje zou zakken. Dat gebeurde echter niet en ik heb hem nooit meer naar mijn geklieder zien kijken. Al met al heb ik toch nog aardig leren schrijven, vind ik.

Dit soort (on)zinnen kom ik nog regelmatig op Facebook tegen. Zoek de fouten:

'Aan dinsdag moet ik na de dokter'

'Me buurman is altijd aardig voor mijn'

'Maak is plaats voor mijn'

'Deze fiets is van me moeder'

'Deze huis is duurder als die van me zus'

De stagiair is vroegtijdig met pensioen gegaan, vermoed ik.

 

e-mail: info@jvanderwaal.nl

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.