Maladie vénériene

Wij woonden lang geleden buitendijks, schuin tegenover 'het kleine Waaltje', zoals wij dat noemen, een overblijfsel van een eerdere dijkdoorbraak, heb ik me laten vertellen. Een mooi en veilig huisje was het niet, want zodra er nieuw behang op de scheve en vochtige muren was geplakt, vraten de ratten de onderste rand kaal, inclusief het nog natte plaksel.

Het toilet was een droevige voorziening, zonder doorspoelmogelijkheid, maar wel met een deksel dat op de plank met het welbekende gat kon worden gelegd. Deze stond achter de drie huisjes, waarvan wij er één bewoonden en dat door drie gezinnen werd gebruikt. Het was dan ook erg druk 's-morgens vroeg. In de winter had dat wel een voordeel, er moest veel worden gedanst om een noodzakelijk en natuurlijk verloop van opgehoopte spijzen en dranken van de vorige dag op te houden. Dat lukte niet iedereen natuurlijk. 

Naast de poepdoos lag een bergje zand, wat bedoeld was om eventuele plassen regenwater te dempen, want ophogen van het gehele perceel was de gemeente, als eigenaar, te veel van het goede. In dat zand speelden we met ons vieren, mijn broertje Joop en ik met de twee buurjongetjes. Met een beetje geluk konden we dan horen wat er zich in het hokje met het hartje in de deur, afspeelde.

Naast ons bescheiden stulpje stond een mooi en groot huis, met als erfgrens een groot en hoog houten hekwerk. Hier woonden duidelijk de 'beter gesitueerden' van ons dorp, ze waren in het bezit van twee jonge kinderen van onze leeftijd, een jaar of vier, vijf en ze hedden een auto van een bekend Frans merk, en op een kar stond een mooie boot met een joekel van een buitenboordmotor, met de mooie naam 'Clementine France'. Met die twee kinderen mochten wij ook spelen. Hoewel ik geen jota begreep van hun zangerige taaltje, wat Frans was zoals ik later begreep, konden we goed met elkaar spelen. Kinderen begrijpen elkaar snel hoor, ondanks een taalbarrière.

Ik vind Frans een mooit taal, omdat je daarmee lelijke of ordinaire dingen kunt zeggen terwijl het klinkt alsof het complimenten zijn, die je als een mooie bos welriekende bloemen uitserveert en in een vaas kunt zetten. Wel schuin afsnijden graag.

Een vijftiental jaren geleden waren wij op vakantie in St. Croix de Ville, aan de westkust van Frankrijk. Tijdens een wandeling passeerden mevrouw Van der Waal en ik een enorme kapitale villa met een oprijlaan waar menig kasteelheer jaloers op zou zijn. Aan het begin van de oprijlaan stond een pilaar met daarop een glimmende koperen plaat, met als opschrift 'Docteur' en daar weer onder 'Maladie Vénériene'.

'Goh, die dokter heeft een mooie naam!' zei mijn vrouw. Ik verzekerde haar dat het niet de naam van die dokter was, maar een Frans woord voor geslachtsziekte, en dat dat zijn geliefde werkterrein was waarschijnlijk. Vermoedelijk had hij veel aanloop van mensen met deze maladie, gezien zijn of haar gigantische huis en praktijk.

Met ons Nederlands is het maar behelpen, vind ik. Kijk eens naar de woorden 'arts', 'hark' en 'augurk'. Vergeleken met de Franse equivalenten klinken ze als een jammerlijke snauw.

Stel, je vind je buurman een hark. Dan roep je keihard: 'Ik vind je een râteau!' 

Als je een arts zoekt: 'Weet u toevallig een docteur in de buurt?

Je zou graag een stukje augurk bij je balletje gehakt lusten: 'Hebt u voor mij een stukje cornichon?'

Gelukkig hoeven we nog geen Russisch te leren.