De verhaaltjes van Jaap

Het leven op opa's boerderij

Mijn opa en opoe van moeders kant waren boeren, en bezaten een boerderij in de buurt van wat nu het Alblasserbos heet. Ze hadden het daar best naar hun zin, wat zich uitte in een groot aantal kinderen, die qua leeftijd opliepen van nul naar vijfentwintig jaar. Voorwaar een hele prestatie als je het mij vraagt. Daarnaast bezaten ze een groot aantal melkkoeien en schapen, met naast het woongedeelte een groot kippenhok, waar de kippen vrij in en uit konden lopen en een grote gele hond, die als waakhond fungeerde. 

Een trekker, om het zware werk wat te vergemakkelijken, hadden ze niet, maar wel een zéér doof paard, dat met handgebaren duidelijk moest worden gemaakt dat hij zich bij de baas moest melden, om weer een of ander klusje te klaren. Een soort gebarentaal, maar dan voor paarden, roepen of fluiten had immers geen zin.

Kortom een ideaal paard voor de hedendaagse ME, omdat het beest gewoon tussen het knalvuurwerk door kon lopen, hij hoorde het toch niet. Maar de ME bestond toen nog niet, net zoals protesterende boeren. Hoewel, op het Oosteind, naast de Tiendweg, had een ondeugende boer het gedurfd om illegaal een varkenstal te metselen, zonder vergunning dus. Het gebouw was al gedeeltelijk klaar, toen er hardwerkende ambtenaren, die over dit soort calamiteiten gingen, ontdekten dat nergens in een of ander laadje een afschrift van een vergunning voor dit object te vinden was. 

Al snel huurde de gemeente een deurwaarder in, en vergezeld door een agent op  motor met zijspan werd de criminele agrariër met een dwangbevel gesommeerd om het geheel weer af te breken. 'In naam der wet!', wist de koddebeier nog toe te voegen, anders was hij voor niets meegekomen. Even later arriveerden er een aantal werklui met sloopmaterieel, en nogmaals volgde de sommatie om met de bouw te stoppen.

Dat weigerde de bewuste boer, en schakelde een aantal met hooivorken bewapende collega's in, die met  mestkarren en vervaarlijke trekkers een cordon vormden rond de stal. Deze boeren opstand hadden de geschrokken ambtenaren niet verwacht, en gingen er weer haastig met de staart tussen de benen vandoor. Later werd het alsnog met de grond gelijkgemaakt.

Maar ik dwaal af.

Nu was het niet altíjd pais en vree op dat landgoed. Op een dag kregen twee oudere ooms ruzie om iets pietluttigs, wat trouwens voor de meeste ruzies geldt. Eén van hen pakte in zijn woede een vers gebakken tarwebrood - volkoren - een zogenaamde knipbruin, met van die scherpe punten aan de bovenkant, en haalde het harhandig onder de neus van zijn ruziepartner door. Dat leverde een paar flinke bloederige krassen op, maar geen nood, gewoon even de kop in de dichtstbijzijnde sloot gedompeld en een paar pleisters erop, en verder.

De oudste van het stel, Kees, was een fervent liefhebber van wapens en bezat enkele sabels, waarbij zo'n kromme die je op films over de burgeroorlog in Amerika nog wel eens ziet. Verder bezat hij een aantal geweren waarmee hij regelmatig oefende, waaronder een jachtgeweer waar hij later een arend mee uit de lucht schoot, en een bekeuring van vijf gulden kreeg.

Dat oefenen deed hij door op de hoek van de stal een blikje op een paaltje te zetten om er dan liggend op te schieten. Nu wil het geval dat net toen hij schoot de waakhond de hoek om kwam drentelen, en jullie raden het al, hij raakte de hond in plaats van het blikje. Het arme beest was op slag dood, maar Kees blikte of bloosde niet, pakte het levenloze beest bij de achterpoten en wierp hem in een leeg olievat dat daar stond, en probeerde opnieuw het blikje te raken.

Toen opa en opoe ouder werden verkochten ze de boel, en gingen aan de dijk wonen. Tegenwoordig is het overgebleven stukje van de boerderij in bezit van Staats Bosbeheer, die erg goed met een kettingzaag om kunnen gaan, te goed. Daar staan de kettingzagen in en een kratje bier, om na het vermoeiende Staats Bosbeheren de vochthuishouding op peil te brengen.

 

 

Foutje ontdekt? mail: info@jvanderwaal.nl

 

Reactie plaatsen

Reacties

Colinda
2 dagen geleden

Altijd erg leuk om je verhaaltjes te lezen. Je kan goed schrijven. Ik wil je boekje ook graag hebben.

Lijnie Bos
6 dagen geleden

Hai Jaap
Dat hondje dat ome Kees doodschoot was zijn eigen hondje niet de waakhond die waren van Opoe en die was wijs met haar honden.Er waren namelijk 2 één voor en één achter het huis .Opoe was trouwens erg boos want er had ook wel één van de vele kinderen de hoek om kunnen komen .Groetjes Lijnie


Graven

Maandagmorgen zeven uur, het was buiten al knap warm aan het worden terwijl ik ruw werd gewekt door een irritant gesnerp van tegels die over elkaar werden geschoven, en luid mannengeklets. Het kwam van buiten, waar een drietal bouwvakkers driftig een strook tegels op het midden van het voetpad over onze landerijen aan het verwijderen waren. Deze werden netjes opgestapeld aan de zijkant van het voetpad, zodat ze ook weer gemakkelijk konden worden opgepakt als ze weer teruggelegd moesten worden.

Eén van de drie werkers was een enorme kerel, met ontzagwekkende armen en handen, die voor de zekerheid een geel hesje had aangetrokken, om er zeker van te zijn dat een of andere verdwaalde wandelaar hem niet van zijn sokken zou lopen. Voor de zekerheid waren langs het gehele pad van die rood-wit gestreepte borden neergezet, om deze onoplettende wandelaar van tevoren te waarschuwen. Gelukkig vlogen er die dag niet veel vliegtuigen over die in die borden een landingsbaan konden vermoeden.

De tweede man was duidelijk van mindere kwaliteit dan de hesjesdrager en zat graag op één van de stapels tegels met zijn telefoon in de hand. Ook de derde had er weinig zin in, want hij ging om de haverklap op de bestuurdersstoel van het busje zitten, waarmee ze gekomen waren, om een sigaretje te roken.

Nadat de tegels verwijderd waren, werd er een blaartrekkend geel graafmachientje, een soort mechanische schorpioen, van een aanhanger gereden, waar de tegelzitter de machinist van bleek te zijn. Hij moest dus wachten totdat die reus alle tegels had verwijderd. Daarna ging hij het blootgelegde deel van het voetpad te lijf, zodat er een diepe gleuf ontstond, waar blijkbaar iets in verborgen moest worden wat boven de grond niet was toegestaan. 

De bodem van de nepsloot moest nog worden aangestampt, en dat was weer een klusje voor de man met het hesje. Dat deed hij met behulp van een apparaat dat last had van een chronische en heftige hik. Waarschijnlijk was hij daar goed in. Er kwam een vrouw met een hond aanlopen die, nieuwsgierig als hij was, er voor koos om door de kunstmatige goot te gaan lopen. Daar kwam hij de trilmeneer tegen en liep er precies aan de verkeerde kant omheen, waarna zijn halsband verstrikt raakte aan een uitsteeksel van de trilplaat. De trilman probeerde het arme beest los te maken, maar het hondenbaasje stond venijnig aan de riem te trekken. 'KOM HIER, KOM HIER!', schreeuwde ze. Eenmaal verlost van het martelwerktuig, trok de vrouw het beest op het droge waarna een rondje kotsen door de hond volgde. 

Inmiddels had een vrachtwagen een kolossale klos op wielen, met een opgerolde blauwe kabel uitgeladen, die door het gele gevaarte over de gleuf werd getrokken, om vervolgens het blauwe spul in de gleuf te laten belanden. Nu had de grote man weer niets te doen, behalve het rijkelijk vloeiende zweet van zijn voorhoofd vegen en een fles water leeg te drinken.

Na het dichtgooien van de gleuf door de machinist van de graafmachine werd de kabel aan het zicht onttrokken en dienden  alleen de tegels nog teruggeplaatst te worden. Dag kabel, RIP.

De vrouw en de onfortuinlijke hond kwamen terug en passeerden de plaats des onheils. De hond stopte plorseling en begon te snuffelen en dacht: 'Wat ruikt het hier lekker!', en begon verlekkerd te likken aan wat er in het gras lag.

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Leen van Wijk
12 dagen geleden

Ja, Jaap. Die 3 bouwvakkers die kom je nogal eens tegen hoor . Ik heb ze bij ons ook wel eens gezien.!!!!!!!


Vakantie. Een verslag

'Een jaar lang krom liggen, om drie weken krom te kunnen liggen' (Fons Jansen)

Het staat weer voor de deur: de vakantie. Duizenden mensen rijden één dezer dagen weer richting het zuiden, met een volgepropte auto, in één gigantische file en in de brandende zon, vaak met jengelende kinderen en fout ingestelde Tom Tom's, zodat de rit nóg langer duurt en het reiszweet zowat over het dashboard gutst. Dat vinden ze dan uitermate vervelend, maar ze doen het ieder jaar wéér. Maar één ding is zeker, meestal nemen ze geen tent mee, want het luxe appartement, met zwembad uiteraard, ligt al als een gespreid bedje voor ze klaar om zich daarin in weelde te kunnen wentelen.

Vijfentwintig jaar geleden hadden we een plaats op een vijfsterrencamping in Loenen laten vastleggen, lekker in de natuur en, nog beter, met mooi weer. We kochten bij Bas van Zessen - in Brandwijk -  een grote tent, slaapzakken, een windscherm en eigenlijk alles wat er komt kijken bij het gezellige oerhollandse camperen, met de twee kleine mevrouwtjes Van der Waal en mijn echtgenote, die al weken voorafgaand met dingen liepen te sjouwen waarvan ik het vermoeden had dat er in onze auto véél te weinig ruimte zou zijn om dat alles op te bergen.

Ik was op de dag van vertrek speciaal vroeg opgestaan, om vijf uur, om ongestoord de auto vol te kunnen laden. Geen zenuwachtig heen en weer rennende echtgenote en dochters die 'dit moet er ook nog in!' liepen te roepen. Tevreden heb ik daarna een volle pot koffie gezet en een boterham met stokoude kaas klaargemaakt. Dat smaakte goed.

Ondertussen was de rest van de familie ook ontwaakt, en aan het enthousiaste geruzie tussen de zussen was te merken dat iedereen er zin in had, en hebben in een onbewaakt ogenblik de achterklep van de auto geopend, om nog even materiaal te pakken wat per se nodig was bij de onmisbare dagelijkse gezichtsrenovatie. Het zal je immers gebeuren, een uur in een auto zitten zonder oogschaduw. Om die reden hadden ze alles wat ik 's-morgens zorgvuldig had ingeladen weer naast de auto gezet.

Inmiddels had ik al een aanhangwagen aangekoppeld, want de koelkast, de tent, de gasfles met kooktoestel en nog veel meer nuttige dingen, moesten ook nog mee. Over deze twee meter hoge stapel ging een stemmig blauw dekzeil dat met veel touw bijelkaar werd gehouden. We baarden met dit bijzondere transport wel veel opzien onderweg, Circus Renz was er niets bij.

Bij de receptie kregen we een plattegrond van de camping uitgereikt door een zwaar onderbetaalde jonge knaap, die daar samen met een meisje van dezelfde leeftijd een beetje lacherig achter een hoge balie stond. Hij schrok zichtbaar van mijn plotselinge verschijning en legde gauw zijn handen op het balieblad. Óf hij zat net met zijn fikken in de campingkas te hengelen, óf hij was bezig met iets wat in de zedenwet 'oneerbaar' heet, maar ik kon het niet bewijzen.

Ondanks de plattegrond werd het niet gemakkelijk om de ons toegewezen tijdelijke verblijfplaats te vinden. Vrolijk gingen we met een slakkengangetje de campingdoolhof in, door de talrijke weggetjes met aan iedere zijde mooie stacaravans, waar de vakantievierders aan het bier en de wijn zaten op hun zelfgecreëerde terrassen. Toen we voor de eerste keer voorbijreden met ons convoi exceptionel werden we nog begroet met een vriendelijke lach en zwaaiende handen, maar na de vierde keer passeren gingen die mensen verbaasd staan om eens goed te bekijken wat nu de bedoeling van dit alles was. Een  animatieteam misschien, of een publiciteitsstunt van de familie Flodder?

De eerste de beste avond en nacht temperde ons enthousiasme voor het camperen behoorlijk. De ritssluiting van de tentdeur begaf het al na één keer proberen en het luchtbed van mevrouw Van der waal bleek lek, zodat ik al na vijf keer opblazen besloot om van luchtbed te ruilen. Want zo ben ik natuurlijk ook weer, met als resultaat dat ik 's-morgens al vroeg, tot achter mijn oren verkreukeld, in de zon lag om weer op temperatuur te komen, wat reptielen overigens ook altijd doen.

Tegenwoordig huren we alleen nog maar huisjes.

 

 

 

 

 

mail: info@jvanderwaal.nl

Reactie plaatsen

Reacties

Leen van Wijk
2 maanden geleden

Mooi, Jaap. Al die vakantie stress verhaaltjes

Wim Haak
2 maanden geleden

Ik ken het helemaal, maar nu een fijne vakantie

Hetty
2 maanden geleden

Wij noemde dat cramperen


De vroegere kapperszaak van Wim Bikker

 

Kapper

Zodra pa vroeger in de gaten kreeg dat onze haren dermate lang werden dat de oren dreigden te worden geraakt, werden we naar de kapper gestuurd. Onze hofkapper was in dit geval Wim Bikker, die zijn kunsten in de praktijk bracht in de Visserschbuurt, niet ver voorbij de Papendrechtse brug, waar toen nog geen sprake van was. Aan afspraken deed Wim niet, gewoon wie het eerst binnenkwam werd als eerste geholpen, hoewel sommige oudere mannen nog wel eens met het argument 'Heb jij de oorlog soms meegemaakt?' aan kwamen zetten, om nog even voor te dringen. Daar trapte de kapper echter niet in, en verwees de man naar een rijtje stoelen, om op zijn beurt te wachten. Dat hielp.

In een hoek van de kapperszaak zat een een oudere man met een houten been, die een miniwinkel beheerde. Daar verkocht hij kammen, shag en nog wat andere zaken die met het kappersvak te maken hadden. Veel verkocht hij niet en viel daarom vaak in slaap, om soms wakker te schrikken omdat iemand het waagde om naar een pakje zware Van Nelle export te vragen. Maar af en toe pakte hij een bezem om de afgedankte haren bijelkaar te vegen en door een speciaal luikje in de vloer, dat met een touwtje kon worden geopend, te laten verdwijnen. Ik vroeg me altijd af waar al dat haar terecht kwam, gewoon onder de fundering, of in de Grote Waal, wat naast de kapperszaak lag. Ik ging daar wel eens vissen, maar een bos haar heb ik daar nooit zien drijven.

Zodra mannen van rond de dertig merken dat hun hoofdhaar wel héél erg dun begint te worden, dan pakken ze tegenwoordig al snel de tondeuse, om de haarverdeling op de schedel wat meer in balans te brengen, of beter gezegd: gewoon alles af te scheren. Dan denken ze er jonger uit te zien dan met de haardracht van professor Zonnebloem uit de stripboeken van Kuifje.

Voetballers hebben zo hun eigen kijk op hun haardracht. Op de velden zijn een heel scala aan haarmodellen te bewonderen, zoals die jongen met de aangebrande pannenkoek op zijn hoofd, dat als een veel te groot deksel over zijn oren hangt, of de voetballer met de Bert en Ernie-versie, maar dan met veel stijfsel, zodat zijn haar als een verdroogde verfkwast vervaarlijk omhoog blijft staan. Ook lopen er jongens rond te draven met een hilarisch dividivi-kapsel, een boomsoort die vooral op de Bovenwindse Eilanden groeit. Maar goed, de kappers die voor deze creaties verantwoordelijk zijn, verdienen er waarschijnlijk aardig wat euro's mee, en daar gaat het tenslotte om, en ik heb weer wat te lachen om dat koddige gedoe.

Mijn eerste baantje als jong kereltje kreeg ik bij Wim Vervloet in de Wijnstraat, nummer 180, in Dordt. Hij was de directeur van een fameuze stempelmakerij en tevens bouwer van speciaalmachines, zoals een ingewikkeld pneumatisch apparaat dat de verchroomde randen aan de beroemde Philishavedozen moest monteren. Aan de ene zijde ging er zo'n doos in met een plaatje verchroomd blik, en aan de andere zijde kwam er na een hoop gesis en gekraak de doos er weer uit. Met een mooi randje. Dat had hij helemaal zelf ontworpen, want Willem was een knappe kop. Welliswaar een zéér kale kop, met in zijn nek nog een flinke bos resterend haar van een centimeter of twintig. En dat haar had een doel.

Toen ik 's morgens eens naar het kleine kantoortje moest, op de tweede verdieping, kwam ik langs de keuken, waar hij net zijn hoofd onder de kraan stak en zijn nekharen flink nat maakte. Daarna pakte hij een kam en begon het geheel naar de voorzijde van zijn hoofd te kammen. Het leek bijna of hij weer haar had, maar het was geen gezicht. Dat had hij zelf ook wel door, want na de verhuizing van het bedrijf naar de Gantelweg in Papendrecht, schafte hij een toupet aan. Dat moest ook de suggestie wekken dat het echt haar was. Ik zie zijn secretaresse nog zwoegen, staande op een stoel, om dat stukje vloerkleed een beetje waterpas op zijn driftige hoofd te krijgen.

Het liep nog slecht af met Wim. Hoewel hij de vijfenzestig al was gepasseerd, bleef hij een rokkenjager, een Don Juan met een toupetje. Ergens in België kwam een vrachtwagen hem tegemoet en was voornemens om een weg naar links in te slaan, terwijl Wim duidelijk voorrang had, en nam, recht doorgaand verkeer hè. Helaas werd het een frontale botsing, waarbij Wim om het leven kwam. Bij de begrafenis bleef de kist gesloten, omdat 'er weinig van over was'  zoals een mij bekende begrafenisondernemer mij destijds vertelde. De vrouw die naast hem in de auto zat kwam er wel levend vanaf. Ze werd in het ziekenhuis deskundig met driehonderd hechtingen gerepareerd.

Zijn polshorloge en toupetje werden overigens wél onbeschadigd gevonden.

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

...een volk dat voor tirannen zwicht

zal meer dan lijf en goed verliezen,

dan dooft het licht

H.M. van Randwijk

 

 

Anne Frankhuis

Een jaar of elf geleden zat ik met onze kleindochter Rachel van zeven te kijken naar een documentaire over de tweede wereldoorlog, met de bekende beelden van ene Adolf H., die met stemverheffing weer eens één van zijn onzinnige redes hield. 

'Waarom schreeuwt die meneer, is hij boos?' vroeg ze aan mij. 'Dat was een rare meneer' zei ik. Maar zo gemakkelijk kwam ik er niet vanaf, want ze vroeg weer: 'Waarom was dat een rare meneer?' Ik keek naar haar lieve gezichtje, maar zei niets. Hoe leg je zo'n kind nu uit dat deze man verantwoordelijk was voor de gruwelijke moord op miljoenen mensen?

Zo kwam het dat we met de hele familie naar het Anne Frankhuis gingen, een plaats bij uitstek om haar een beeld te geven van de verschrikkingen in die tijd. Hoewel ik in het begin nog met een arm beschermend om haar schoudertje rondliep, wurmde ze zich al snel los om de vele foto's en andere tastbare herinneringen vanaf haar bescheiden hoogte te bekijken. Ze was diep onder de indruk, net als ik. Maar omdat ik blijkbaar niet erg opschoot - het maakte een diepe indruk, ik zei het al - was de rest van de familie me al snel kwijt omdat opa achterbleef, en als er iets was wat Rachel beslist niet wilde, was dat opa kwijtraakte. 

Plots voelde ik een handje dat me beetpakte en een stemmetje dat zei: 'Gaat het een beetje opaatje?' Ze zag dat mijn ogen nat waren. Ze gaf me een knuffel en mijn ogen werden nog iets vochtiger, denkend aan de kinderen en mama's op de foto's, die hartverscheurend en uiterst ruw uit elkaar werden gerukt, om elkaar voor altijd kwijt raken.

Vooral de bewegende beelden in een aparte ruimte werden door haar met ontsteltenis aanschouwd, en weer pakte ze mijn hand. Op een scherm zagen we de respectloos opgestapelde lichamen van honderden Joden, uitgemergeld en met duidelijke sporen van mishandeling.

Eenmaal buiten kwam alsnog haar reactie op wat ze had gezien: 'Ik ben blij dat ik geen Joodse ben!' Op mijn vraag wat ze daarmee bedoelde antwoordde ze: 'Dan hoef ik dat allemaal niet mee te maken.'

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Jatten

Voor het schrijven van een verhaaltje of interview schrijf ik altijd een paar steekwoorden op. Daar maak ik dan later een stukje van. Dat was ook het geval tijdens een interview met oud-Feyenoordspeler Joop van Daele, waarbij hij het hardnekkige verhaal van zijn brilletje naar het rijk der fabelen verwees. Na afloop stond hij op en wilde weggaan, maar draaide zich om, pakte mijn balpen en stopte het in zijn zak. 'Oh, ik vergat bijna mijn pen!' zei hij.

Nu moet ik toegeven dat zoiets mij ook wel eens overkwam, vooral in het vroegere postkantoor in Papendrecht, waar nu een Japans restaurant is gevestigd. Daar hebben de gepensioneerde pennenbeheerders van deze niet meer bestaande instelling nog steeds nachtmerries van. Zodra ik daar binnenstapte, werd er groot alarm geslagen en werden deze onmisbare attributen nog even snel achter het loket opgeborgen. Na een treurige blik op een microfilm van het budgetgat op mijn girorekening, werd er een stempeltje hier en een stempeltje daar gezet en mocht ik een handtekening zetten. Wel tussen de stempeltjes natuurlijk.

Het mooie weer van de laatste dagen bracht mij er toe om eens lekker op een terras te gaan zitten. In dit geval het terras van cafe Willaerts aan het Veerplein, omdat je daar een prachtig uitzicht hebt op de Merwede en de skyline van Dordrecht. Ik had mijn krant meegenomen om mij eventueel in het geschreven wereldgebeuren te storten zodra ik daar zin in zou krijgen, maar lag vooralsnog netjes opgevouwen voor mijn neus, klaar om een hoop ellende prijs te geven aan mijn nog ongestilde leeshonger.

Terwijl ik mijmerend een slokje van de voortreffelijke espresso nam, kwam er een man naast me zitten, daartoe gedwongen omdat er verder geen vrije stoelen meer waren. 'Is dat jouw krant?' vroeg hij, mijn gemijmer ruw onderbrekend. 'Je zit niet op te letten, door je gestaar naar het water,' vervolgde hij, 'Straks steekt een of andere schobbejak jouw krant in zijn zak. Die mensen heb je, gauwdieven zijn het!'

Ik haalde mijn schouders op. 'Ach..' probeerde ik. Maar dat pikte hij niet. 'Dus jij zou met een gerust hart je eigen zuurverdiende krant laten jatten?' zei hij met stemverheffing. Hij werd nu zichtbaar boos, rolde mijn krant op en sloeg er mee op tafel, alsof hij een vlieg doodsloeg. 'Wat ben jij een ongelofelijke eikel!' vervolgde hij. 

Toen ik even later naar binnen liep om te betalen, zag ik de man nog net weglopen, met mijn opgerolde krant onder zijn arm.

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

De bundel van de Verhaaltjes van Jaap. Te bestellen via Bol.com, Amazon.nl, Bruna enz. of click op BOEK in de rechter bovenhoek (computer). Telefoon etc: click op de drie streepjes en dan op BOEK.


Mijlpaal

Enkele weken geleden bereikte ik de eerbiedwaardige leeftijd van zeventig jaar, en ben eens een tijdje zittend tegen deze mijlpaal aan gaan leunen, om eens terug te denken aan sommige momenten in mijn leven die ik nooit vergeten ben, hoe onbetekenend deze gebeurtenissen ook mogen lijken. Ik heb er speciaal voor jullie enkele op een rijtje gezet, waarvan sommige niet echt tot vrolijkheid stemmen, maar vooruit, het leven gaat nu eenmaal niet alleen maar over rozen. De volgorde is volstrekt willekeurig.

Haat

Mijn vader werd geboren op 10 mei 1929 en heeft de oorlog met de Duitse vijand meegemaakt. Daar had hij een gruwelijke hekel aan Duitsers aan overgehouden, en stuurde na de oorlog iedere Duitser die om de weg vroeg geheid de verkeerde kant op. Daar was hij fanatiek in, hoewel zoiets weinig zin had. Ik vond het maar een rare bedoening. Toen we met het gezin eens op een pad, gescheiden van de duinen door een omheining van prikkeldraad, ergens in de duinen rondliepen, stond er een vrouw achter de omheining, ze deed verwoede pogingen om haar kleine kind ook aan de duinkant te krijgen, maar dat mislukte jammerlijk. Pa was wel bereid om haar een handje te helpen en tilde de dreumes over het prikkeldraad. De vrouw was blij verrast en riep dankbaar 'Danke schön!' Je had mijn vaders ogen eens moeten zien. Hij kon zich wel voor zijn kop slaan en had er jaren later nog spijt van.

Liesbeth den Uyl

In 1973 werd Nederland geteisterd door een oliecrisis, welke veroorzaakt werd door halsstarrige oliesjeiks in het Midden-Oosten, vanwege onze houding ten opzichte van Israël. Er werden toen autoloze zondagen ingesteld en benzine kon alleen gekocht worden met benzinebonnen, vanwege de schaarste van deze brandstof. Joop den Uyl was toen minister president en diende het goede voorbeeld te geven. Hij ging op vakantie in ons eigen land, in een klein oud autootje, en met een tentje in de kofferbak. Ook zijn vrouw moest laten zien dat ze zuinig deed en daarom kwam ze op tv, zwoegend in haar keukentje om aardappelen en spinazie, met een gehakballetje, te koken voor Joop. Ze gebruikte maar één gaspit. Dat kon, zei ze, omdat ze drie pannen op elkaar zette en de warmte vanzelf in de bovenste pan terecht kwam. Dat was flauwekul natuurlijk, dat had iedereen wel door.

Kledinghanger (1956)

In iedere relatie is wel eens een keer mot tussen beide geliefden. Zo ook bij pa en ma in 1956. Het was nog vroeg in de morgen en ik hing als een plakbandje aan mijn moeders rok, terwijl pa zich opmaakte om de deur uit te gaan, waar naartoe weet ik niet, maar hij had zijn 'nette' kleren aangetrokken met als sluitstuk een lichtgekleurde lange regenjas. Ze stonden een beetje te bekvechten, de woorden zal ik hier niet herhalen, maar ik herinner me ze nog heel goed, toen ma het kledinghangertje, waar die regenjas mee in de kast hing, naar pa gooide. Op dat moment draaide hij zich net richting buitendeur. Het kledinghangertje bleef in de kraag van zijn regenjas hangen, waar hij helemaal niets van merkte, en zo door heel Papendrecht moet zijn gefietst. 

Juffrouw Van Wijngaarden (1959)

In de eerste, tweede en derde klas van de Jan Ligthartschool, hadden we als juf juffrouw Van Wijngaarden. Ze was al aardig op leeftijd en kon eigenlijk de kinderen niet meer aan, want ook toen al zaten er etterbakjes in de klaslokalen, die haar het leven zuur maakten door getreiter. Dan liet ze zich wanhopig op haar stoel ploffen, waarbij haar rok en onderrok achter de rugleuning bleven haken en ze bijna in haar onderbroek zat. Dat was natuurlijk koren op de molen van enkele rotjochies, die haar toen luidruchtig uitlachten. Ik had medelijden met het arme mens. Gelukkig kwam meneer Zwaan, die klas vier, vijf en zes onder zijn hoede had, even orde op zaken stellen. Daar schrok iedereen een beetje van. 

Ze besloot om wat strenger te worden, maar deed dat op de verkeerde manier. Kinderen die naar het toilet wilden, moesten dat eerst netjes vragen. Omdat mijn blaas zo ongeveer op springen stond, vroeg ik beleefd of ik even mocht. Dat wees ze onverbiddelijk af, maar ik kon het niet meer ophouden, met als resultaat dat ik in mijn broek piste en zij noodgedwongen met een dweil een enorme plas op moest ruimen. Hierna hoefde ik het zelfs niet meer te vragen om naar het toilet te mogen.

Sluiskolk

De Sint Andriessluis tussen de Maas en de Waal is een geweldig stukje Nederlandse waterbeheersing, noodzakelijk om de waterhoogte tussen deze twee rivieren op te vangen. Wij waren daar ooit in de buurt op vakantie, met de fiets uiteraard, en gingen daar eens een kijkje nemen. Op dat idee waren meer mensen gekomen. Staande aan de rand van de sluiskolk, waar in de diepte het donkere, koude en schuimende water heftig in beweging was, zei een mij zéér bekende vrouw, die naast mij stond, opeens: 'Als ik nú spring, ben ik overal van af.'

Ik was totaal verbijsterd en begreep er niets van..

 

Op naar de volgende zeventig jaar! :)

 

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Leen van Wijk
5 maanden geleden

Weer een prachtig verhaal, Jaap.
Zo zie je maar, elke leeftijd heeft zijn charme !!!!

mail: info@jvanderwaal.nl